E-learning ‘Klinische detoxificatie GHB’
Lees meer
Dak- en thuisloze mensen hebben net zo goed medische zorg nodig als anderen. Bepaalde klachten hebben ze zelfs vaker. Niet elke arts staat te springen om deze groep te helpen, ze lopen vaak tegen problemen aan zoals dat mensen lastig te begrijpen zijn. Ook beschikken ze niet altijd over een ID of een verzekering. Toch zijn er hulpverleners die deze groep juist graag bijstaan.
‘Ik ben arts geworden omdat ik mensen wilde helpen, deze mensen hebben de meeste hulp nodig.’
Aan het woord is Martijn Ruiten (49), medisch directeur van de landelijke organisatie medTzorg en huisarts bij medTzorg Leeuwarden. medTzorg bestaat 28 jaar en beidt hulp aan gevangenen, verslaafden, psychiatrisch patiënten en dak- en thuislozen. Op verzoek van zorgverzekeraar De Friesland, GGD en de gemeente, heeft deze organisatie in 2019 een praktijk geopend in Leeuwarden. Daarmee kregen kwetsbare groepen een vaste huisarts. In de loop der jaren heeft de praktijk een goede naam opgebouwd, dus mensen ven de doelgroep weten waar ze zijn moeten. Voor een deel heeft de praktijk ook ‘gewone’ patiënten.
Jojan Froeling (65) is ook huisarts bij medTzorg, en bij De Marene, een zorginstelling van Wender voor verslaafden en dak- en thuislozen met medische klachten, waar medTzorg mee samenwerkt. ‘Ik wil graag met kwetsbare groepen werken. Deze mensen hebben al zoveel afslagen gemist, ik hoop eraan bij te dragen dat ze worden gezien.’ Jan Roelofs (62) is verpleegkundige bij de maatschappelijke opvang voor dak- en thuislozen van het Leger des Heils in Assen en Emmen. Hier kunnen mensen tijdelijk wonen terwijl ze hulp krijgen bij het vinden van permanente huisvesting. Op beide locaties heeft Jan ook spreekuur bij de dagopvang. Ook hij voelt zich thuis bij de groep waarmee hij werkt. Hij heeft het liever niet over kwetsbare mensen. ‘Deze mensen zijn juist ijzersterk, want ze hebben erg veel meegemaakt en zijn echte overlevers.’
Als de klachten niet heel ernstig zijn, probeert Roelofs zoveel mogelijk zelf mensen te helpen. ‘Ik heb altijd, onder andere verbandmiddelen en pijnstillers bij me. De klachten die ik tegenkom zijn heel divers: soms met heftige blaren. Veel mensen hebben ook psychiatrische klachten. Sinds ik hier werk zet ik “We hebben een psychiater nodig”. Misschien dat dat binnenkort gaat gebeuren.’
Froeling heeft vergelijkbare ervaringen: ‘Mensen komen met alledaagse klachten, maar ook met ernstige psychiatrische problemen. Veel mensen hebben niet één probleempje, maar zijn verslaafd, hebben lichamelijke en psychiatrische klachten. Ruiten: ‘Froeling heeft ervoor gezorgd dat er regelmatig een psychiater langskomt op de praktijk die hulp geef als de huisarts die nodig acht.’
De eerste die patiënten bij medTzorg tegenkomen is meestal de doktersassistente Shelly (32). ‘Dit werk is een leuke uitdaging, als ik het niet altijd gemakkelijk. Veel patiënten hebben niet door dat wij willen helpen. We geven bijvoorbeeld voorzichtigheidshalve niet te veel medicatie in een keer mee. Daar komt weleens agressie uit voort. Als team helpen wij elkaar daarmee. Je stat nooit alleen bij de balie. Als ik zie dat een collega een lastige patiënt heeft, ga ik erbij staan. Het leuke van deze praktijk is dat als we aan de koffie zitten, en er komt iemand met een lastige hulpvraag aan de balie, dan komen ook de artsen daarnaartoe.’ Froeling: ‘Je moet wel je personeel beschermen. Ik ga in zo[’n geval met de patiënt ergens rustig zitten en leg uit dat diens boosheid ongewenst gedrag is. Later vraag ik de patiënt om aan de assistente excuses aan te bieden. We kijken ook waarom iemand boos wordt. De lucht is daarna vaak geklaard.’
Ook Roelofs heeft weleens te maken met mensen die hun geduld verliezen: ‘Soms moet je brandjes blussen. Er zijn op zo’n opvang heel wat emoties en er zijn veel mensen bij elkaar, wat de nodige spanning geeft.’ Niet oordelen, vinden ze alle vier belangrijk. Roelafs: ‘Doordat mensen merken dat je eerlijk bent en niet oordeelt, groeit er vertrouwen. Dan kun je iemand ook zeggen dat je denkt dat hij zijn medicatie heeft verkocht in plaats van ingenomen.’
Shelly: ‘Wat het werk ook ingewikkeld maakt is de taalbarrière. Er zijn veel immigranten onder onze patiënten die geen Engels en geen Nederlands spreken. Gelukkig hebben we hier een arts die Arabisch spreekt. Hij neemt het gesprek weleens over, maar als hij er niet is, wordt het lastig. Andere patiënten zijn laaggeletterd, dus je moet echt in Jip- en Janneketaal spreken.’
Het kan lastig zijn als mensen niet verzekerd zijn. Roelofs: ‘Ik vraag dan aan mijn collega’s, meestal sociaal werkers, iets hiervoor te regelen. Of ik bel zelf naar een huisarts. Artsen weigeren niet als wij aangeven dat het belangrijk is en we ons ernstige zorgen maken. En het aanvragen van ee n verzekering kan ook met terugwerkende kracht. Als iemand zijn ID kwijt is ben ik kritischer, omdat je die kunt verkopen om er drugs voor aan te schaffen. Dat bespreek ik dan uiteraard wel met diegene.’
Ruiten: ‘Als mensen niet kunnen betalen, helpen we wel gewoon. We vinden altijd een weg. Het komt ook regelmatig voor dat de zorgverzekeraar juist zelf mensen naar ons doorverwijst. Als het echt niet lukt, kunnen we bij het CAK declareren.
Alle vier komen ze ook veel dankbaarheid tegen. Roelofs: ‘Er is altijd wel onvrede, maar we krijgen meestal een dankjewel.’ Jojan: ‘Juist deze groep kan het zeggen, als ze dankbaar zijn, al is het niet altijd op een gebruikelijke manier.’
Artikel geplaatst in januari-editie van De Riepe
Auteur: Wietske Aupers
Fotografie: Kevin Bekkering
Lees meer over zorg voor daklozen door medTzorg in het artikel ‘Van daklozen naar economische daklozen’.
En het interview met Frank Diepersloot bij Radio 1 over dakloosheid: 30 jaar na de ‘junkentunnel’,
Lees meer
Lees meer
Lees meer