Skip to main content
search

Dilemma

Natuurlijk was het winter. Het is altijd winter en rotweer, als dingen niet lopen zoals je ze verwacht. Ik werkte als huisarts in een PI waar voornamelijk “illegalen” werden ondergebracht: zowel de VRIS’se jongens (Vreemdeling In Strafrecht) die iets hadden misdaan in Nederland, als de uitgeprocedeerden die vast zaten op basis van artikel 59 Vreemdelingenwet: je mag hier niet meer zijn, je gaat niet zelf weg, dan zetten we je uit. Zeker die laatste groep roept vaak twijfels en morele dilemma’s bij mij op: als je geen misdrijf hebt gepleegd, waarom zit je dan opgesloten in een cel? Als je niet gevaarlijk bent, waarom moet je dan geboeid naar het spreekuur gebracht worden?

Dat uitzetten, dat klinkt op papier makkelijker dan het in de praktijk is. Het land van herkomst moet je namelijk wel terugnemen en zolang zij weigeren (vaak) zit je als vreemdeling tussen wal en schip: Terug kan je niet, blijven mag je niet. Stuck in the transit zone. Na 6 tot 18 maanden, afhankelijk van allerlei procedures, ‘verloopt’ dan je hechtenis als je nog niet bent uitgezet en wordt je ‘geklinkerd’ zoals dat in jargon heet: de deur gaat open en je staat letterlijk op straat met een vuilniszak kleding.

Uitgeprocedeerd en ziek

Achmed was zo’n man – nierpatiënt, vreemdeling, uitgeprocedeerd en vastgezet om uitgezet te kunnen worden. Ik had als arts mijn handen vol aan hem: hij had een ernstige auto-immuunziekte, waarvoor hij onder andere werd behandeld met hoge dosis prednison. Ik zag hem wekelijks op mijn spreekuur vanwege alle complicaties, maar op een ochtend géén Achmed op de werklijst. Rondvragen aan alle verpleegkundigen … “dokter, die wordt geklinkerd as we speak”. Mijn hartslag schoot omhoog – met de torenhoge doses prednison die hij gebruikte, zou hij het op straat niet lang overleven zonder medicatie. Ik zag een spookbeeld voor me van een Addisonse crisis in de nachtopvang. Uit de noodvoorraad greep ik een hand prednison-pillen en op een geeltje schreef ik het adres van een straatdokter. Sprinten naar het bad, waar meneer al letterlijk op de drempel stond. Prednison, een handdruk. Natuurlijk was het winter en rotweer. Ik heb hem nooit meer gezien.

In hongerstaking

Mahmoud kwam uit Algerije, en was in honger- en dorststaking gegaan in een ultieme poging om uitzetting te voorkomen. Eerst weigerde hij alleen voedsel en zag ik hem wekelijks op het spreekuur met een tolk – Arabisch spreek ik niet en mijn Frans was belabberd ver weggezakt. Hij ging langzaam achteruit, maar was vastbesloten zijn strijd vol te houden. Danku voor de aandacht, u bent een goede dokter, nee, ik ga niet eten. Toen hem in het weekend een daadwerkelijke uitzet-datum werd aangezegd weigerde hij ook vocht. Als dienstdoende dokter naar hem toe met de tolkentelefoon, jongen doe dit niet, je nieren gaan kapot, je gaat dood zo. Alsjeblieft! Ik kende hem inmiddels aardig goed. Mahmoud hield vol.

Die maandag kwam ik extra vroeg en zag ik hem als eerste. Hij werd in een rolstoel naar de medische dienst geduwd en was meer dood dan levend. Ik moest beslissen om hem over te laten plaatsen naar het gevangenisziekenhuis, tegen zijn zin overigens. Maar toen kwam het telefoontje naar mij: de uitzetting was van de baan, hij kwam per direct in vrijheid. Dat leverde meteen een nieuw dilemma op – je kunt een gedehydreerde en uitgehongerde man niet zomaar op straat zetten. Ik belde de directeur – kunnen we hem een dagje langer houden? Om hem op te lappen? Maar nee – een vrijlating is vrijwel onmiddellijk, en meneer móest naar buiten. Een lief afdelingshoofd bedacht oplossingen: hij ging in de personeelskantine bakjes soep en eten halen, zodat we meneer “iets” mee konden geven om zijn vasten voorzichtig mee te breken. Maar hoe leg je dit uit? Het is altijd winter en koud als de tolkentelefoon onbereikbaar blijkt – geen tolk arabisch, geen tolk frans. En een deadline van een zieke man die naar buiten moest.

Onder druk wordt alles vloeibaar en opeens rolden de Franse zinnen van mijn lippen: vriend, je bent vrij, ga alsjeblieft drinken, neem deze vitaminen, alsjeblieft ga drinken want je komt zo in vrijheid. Meneer geloofde er geen barst van: dit was een truc om hem te breken, en zodra hij zou drinken zou hij alsnog worden uitgezet. Waar de woorden vandaan kwamen weet ik niet, maar ik bezwoer bij hoog en laag dat dit écht was, hij zou echt vrij komen, en we moesten zorgen dat hij zou overleven op straat. “Zweer je het, op je moeder, op je artseneed?” Ja, dat deed ik.

Meneer begon te huilen, pakte mijn koffiemok van mijn bureau en dronk die in een paar ferme teugen leeg. Hij omhelsde me, en ik hield het ook niet droog. Daarna holde hij naar de kraan, vulde mijn mok met water en dronk gulzig. Het afdelingshoofd bracht soep en crackers. We hadden een paar uur respijt en in mijn werkkamer op de medische dienst sterkte de man op soep en water weer een beetje aan. We spraken Frans over zijn onverwachte plannen en kansen. We begrepen elkaar. Hij kon weer op zijn benen staan toen hij ‘geklinkerd’ werd en ging met een redelijk deel van de personeelslunch in een plastic zak de straat op.

En natuurlijk was het winter, en koud. Het is altijd winter en koud als dingen anders lopen dan je verwacht. Soms krijg je een onverwacht cadeautje. En soms is het gewoon allemaal Frans voor me.

 

Tim Peeters – Huisarts en Justitieel Geneeskundige

 

Lees meer verhalen in onze jubileumbundel “Meegemaakt”

Print Friendly, PDF & Email
Close Menu