Een man van bijna 50 jaar wordt bewusteloos  in zijn cel gevonden. Het lijkt of hij een insult heeft gehad. Hij komt bij maar wordt – omdat het de eerste keer is en niet duidelijk is wat er aan de hand is –  naar het ziekenhuis vervoerd. Daar weigert hij verdere onderzoeken, met name een MRI.

Terug in de PI wordt er met hem gesproken, door de verpleegkundige en de huisarts.

Volgens hem zelf was er niets aan de hand. Hij voelt zich goed. Het vermoeden bestond dat het druggerelateerd was en dus hopelijk eenmalig. Met hem werd afgesproken toch nader onderzoek te laten doen naar de oorzaak. Ik schrijf hem Clonazepam voor de nacht voor in de tussentijd. Hij weigert die in te nemen. Hij krijgt een alarm maar omdat hij zelf blijkbaar niets merkt is de vraag of dat iets uithaalt.

Alle hoop is gevestigd op de onderzoeken naar de oorzaak. Op de dag van de onderzoeken weigert hij mee te gaan . Hij tekent dat hij de consequenties daarvan begrijpt.

Nogmaals wordt er met hem gesproken en uitgelegd dat hij grote risico’s loopt als hij geen onderzoeken en eventuele behandeling krijgt.

Een paar weken later krijgt hij weer een aanval/insult. Weliswaar geen duidelijke trekkingen maar wel verminderd bewustzijn. Hij komt weer bij en wil niet naar het ziekenhuis. Overleg op de Medische Dienst volgt en afgesproken wordt het JCvSZ in Den Haag te vragen hem op te nemen. In de tijd dat we wachten op een reactie krijgt hij weer een aanval, de ambulance wordt gebeld, maar hij weigert weer mee te gaan. Dan overleggen we met de psychiater of we hem dwangmedicatie mogen geven. De psychiater adviseert Tranxène maar dat is niet op voorraad. Bij een 3e aanval geef ik hem Rivotril druppels in de wangzak en Midazolam neusspray (ook een beetje in de hoop dat hij dan wel met de ambulance meegaat). Groen licht vanuit Den Haag intussen.

De ambulance verpleegkundige laat weten onderweg geen tranquillizers te geven, maar weet hem wel mee te krijgen. Een zucht van verlichting, de ambulance gaat!

Maar dat was iets te vroeg gejuicht. Als de ambulance op de binnenplaats staat word ik weer opgeroepen, de verpleegkundige wil overleggen: dhr. weigert zuurstof en zijn saturatie is 86 %. Dan maar zonder zuurstof is mijn advies ( hij is goed aanspreekbaar en niet benauwd).

Aangekomen bij het JCvSZ wil men hem niet rechtstreeks opnemen, hij moet eerst langs het ziekenhuis voor diagnostiek. Dus door naar een Haags ziekenhuis alwaar diagnostiek plaatsvindt en medicatie wordt voorgeschreven ( hoeveel moeite dat heeft gekost meldt het verhaal niet). Daarna gaat hij over naar het JCvSZ.

Waarschijnlijk was hij zo murw van alle medicatie en consternatie dat zijn weerstand op was. Gelukkig kwam het uiteindelijk goed. Maar het heeft een groot aantal mensen heel veel tijd, energie en hoofdbrekens gekost.

Een leerpunt zou kunnen zijn om veel eerder in het proces een psychiater te vragen een niet-toerekeningsvatbaar-verklaring te maken en een gedwongen opname te regelen omdat ziekte inzicht ontbrak en hij een gevaar was voor zichzelf. Maar je blijft het toch steeds proberen met redelijk overleg. Soms kost het veel tijd en energie als je dwang wilt vermijden maar of dat altijd wijs is???

 

Jeannette van Andel – huisarts medTzorg

 

 

Lees of download alle verhalen:

Boekje Meegemaakt voorjaar 2019