Er was eens een man van 99 jaar in een verpleeghuis in Drenthe

 

Op een winterse zaterdagochtend werd ik gebeld, omdat familie en verpleging ervan overtuigd zijn dat hij toe is aan palliatieve sedatie: het wordt allemaal te moeilijk.

We gaan met z’n allen in gesprek: de man, zijn dochter, een verpleegkundige en ik. Zijn dochter tolkt, in de veronderstelling dat ik zijn Gronings niet versta en hij mijn Nederlands niet. En zo voeren we in twee talen een gesprek met de volgende inhoud.

“In de afgelopen 2 weken is duidelijk geworden dat in uw buik een kwaadaardige ziekte zit. Die ziekte is kanker.  Er is geen behandeling meer voor deze ziekte mogelijk. De verwachting is dat u niet lang meer te leven heeft. De pijn lijkt goed onder controle met morfine. Maar omdat de buik verstopt zit, is er geen oplossing voor de misselijkheid. Eten en drinken is daarmee onmogelijk en dorst is het gevolg”.

De man is speciaal voor dit gesprek op de rand van het bed gaan zitten, op eigen kracht. Hij volgt het gesprek met aandacht en beaamt elke zin. Hij lijkt goed te begrijpen wat er bedoeld wordt. In afgelopen weken is dit ook al eens besproken.

Dan gaan we verder…

“Een oplossing zou kunnen zijn om met medicijnen te gaan slapen en niet meer wakker te worden. “Net als bij mama”, verduidelijkt zijn dochter, refererend aan het sterfbed van zijn vrouw. Je zou dan geen last meer hebben van pijn en misselijkheid en dorst. Dan spreekt de man heel stellig en voor iedereen begrijpelijk: Doar bin ik nog nait an tou!” (daar ben ik nog niet aan toe!)

En ineens moet ik denken aan het boek: “De honderdjarige man die uit het raam klom en verdween”………..  En ik gun hem een dergelijke ontsnapping van harte!

 

Nieske Dreteler

 

 

Lees of download alle verhalen:

Boekje Meegemaakt voorjaar 2019