Vraag 13: Wat is de meest waarschijnlijke verklaring voor falende sedatie?
Lees meer
Je rijdt visite bij een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking.
Martin is 51 en heeft het syndroom van Down. Na een onfortuinlijke val heeft hij zware kneuzingen opgelopen. Ondanks een maximale dosis paracetamol en ibuprofen heeft hij veel pijn en kan hij geen comfortabele houding aannemen. Je besluit morfine toe te voegen aan zijn pijnbestrijding.
Welke van de volgende stellingen is juist?
Goede antwoord: 1.
Mensen met het syndroom van Down hebben een verhoogde gevoeligheid voor opiaten en dat verschil is klinisch relevant. Er is een verhoogd risico op ademhalingsdepressie.
Start low, go slow is dus het devies bij Down-patiënten. De onderliggende reden is niet geheel duidelijk, maar het verschil wordt waarschijnlijk verklaard door een combinatie van onderstaande punten:
Kortom: een verhoogde gevoeligheid van het ademcentrum, slappere spieren, een verhoogd risico op OSAS en verminderde klaring (dus stapeling) van opiaten verklaren waarom je bij mensen met downsyndroom voorzichtig bent met morfine.
We organiseren regelmatig scholingen over het herkennen van een licht-verstandelijke beperking en over de medische aspecten van zorg aan mensen met bepaalde syndromen. Wil je nog meer verdieping? Dan volg je onze masterclass ‘Cognitieve beperkingen’, waar uitgebreid wordt ingegaan op pijnbestrijding bij dementie en verstandelijke beperking.
Lees meer
Lees meer
Lees meer