Nieuws

Opleiding arrestantenzorg

Arrestanten in een politiecel vragen bijzondere zorg en aandacht.

  • Hoe ga je als arts om met verslavingsproblematiek? Als er teveel gebruikt is of als iemand zich juist van middelen onttrekt?
  • Als iemand boos en agressief is. Is het een ziekte of is het gedrag?
  • Hoe kom je dan met mensen in contact?
  • Hoe lang mag een arrestant eigenlijk op een politiebureau verblijven?
  • Hoe zit het dan met je beroepsgeheim?
  • Wie zijn de ketenpartners met wie je samenwerkt?
  • Hoe handel je als iemand met een stroomstootwapen is geraakt?
  • Wat zijn de gezondheidsrisico’s die veel arrestanten met elkaar delen?

Om als huisarts op een politiebureau te kunnen werken heb je deze bijzondere achtergrondkennis nodig.
Hou onze website in de gaten. Binnenkort zullen we jullie nader informeren over concrete data en onderwerpen!

Stoppen met je praktijk en dan…..

Je kunt met pensioen gaan. Maar wat als je geen zin hebt om thuis te zitten?

Bij medTzorg werken er een aantal artsen die na hun pensioen zijn gestart met werken voor onze kwetsbare doelgroepen.
Wat heeft dit werk hen gebracht? Hoe kijken ze tegen onze doelgroepen aan?
In dit interview lees je het verhaal van Jacob Mus. Die zich als een vis in het water voelt bij PI Zwolle. 

Tekst: Anne Doelman


“Ik ben het gevoel van onmacht kwijt en kan heel plezierig werken”

Huisarts Jacob Mus dacht altijd met pensioen te gaan op zijn negenenvijftigste. Maar toen het zover was, had hij nog helemaal geen zin om te stoppen met werken. Hij nam een sabbatical om na te denken over zijn verdere werkzame leven. Even dacht hij aan een verblijf op de Schotse eilanden of Nieuw-Zeeland, maar dat voelde toch te ver. Het werd uiteindelijk de Penitentiaire Inrichting Zwolle. Een schot in de roos. “Ik voel me als een vis in het water.”

Jacob Mus had prima kunnen blijven werken in zijn praktijk in Amersfoort. “Ik heb het ontzettend naar mijn zin gehad in de praktijk.” Maar het vak van huisarts veranderde flink in de loop der jaren – en niet altijd ten goede, vond Mus. “Waar ik vroeger vooral dokter was, was ik nu veel tijd kwijt met de organisatie, zoals personeel, gebouw en automatisering.”

Daarnaast was een en ander gaan schuiven in de opvattingen over de taak van de huisarts, merkte Mus. “De praktijk was gaandeweg een soort hulpverleningsbedrijf geworden. Een dokter heeft verstand van lichamelijke klachten. Een hulpverlener wordt daarentegen gevraagd bij alle tegenspoed die mensen treft. Dat kan gezondheidsproblematiek zijn, maar ook relationele of financiële problematiek of een burn-out.” Mus vond dat niet het domein van de huisarts en bovendien wilde hij liever medische zorg verlenen.

Mus nam een half jaar sabbatical om na te denken en voelde toen dat het tijd was om nog één keer de steven te wenden. Dat had hij al eens eerder gedaan: in het begin van zijn carrière werkte hij vier jaar als tropenarts in Kenia. Hij dacht even aan een nieuw verblijf in het buitenland. “Maar dat bleek vooral leuk om bij een knapperend haardvuur en een glaasje whisky over te filosoferen. De praktijk is weerbarstiger. Ik wilde niet zo ver weg van familie en vrienden.”

Slachtoffers

Het kwartje viel toen hij een dagje meeliep met zijn dochter in het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg van de PI Scheveningen. Mus’ dochter liep er stage voor verpleegkunde en Mus merkte hoe leuk het was om met gedetineerden te werken. “Het is echt weer werken als dokter. Het gaat niet meer over relatieproblemen of problemen met de werkgever; het is gewoon weer medische, vooral somatisch gerichte problematiek. Dat is waar ik voor ben opgeleid, waar ik verstand van heb en waar ik een hoop plezier aan beleef. Ik voel me als een vis in het water.”

Daarnaast voelt Mus affiniteit met de patiëntencategorie. “Gedetineerden hebben vaak nare delicten gepleegd, maar het zijn ook kwetsbare mensen. Ze komen vaak uit een beroerde situatie. Het zijn niet alleen daders, maar vooral ook slachtoffers. Ze verdienen compassie en goede medische zorg.” Mus’ ervaringen in Kenia zijn medebepalend geweest voor hoe hij naar het leven kijkt. “Het maakt zo veel uit waar je wieg heeft gestaan: in Kenia waar je niets te eten had, in een normaal gezin in Nederland of in Nederland in een huis waar beide ouders drugsverslaafd of alcoholist waren.”

Hij bouwde rustig zijn praktijk af en werkt nu bijna een jaar bij de PI Zwolle. Fijn is dat dit dichter bij zijn huis in Epe is dan de praktijk in Amersfoort. Het werk voelt ook nuttig. “Ik was de Nederlandse samenleving dank verschuldigd, door mijn studie en mijn werk in de huisartsenpraktijk. Ik wilde graag iets terugdoen voor de publieke zaak.”

Mus heeft daarnaast niet meer de verantwoordelijkheid over zaken die hij niet in de hand heeft, wat in zijn eigen praktijk steeds meer op hem drukte. “Als een patiënt dement wordt en ’s nachts op straat gaat dwalen, kijkt iedereen naar de huisarts. Dat begrijp ik ook, maar helaas kan de huisarts vaak niet leveren. Er is onvoldoende thuiszorg, te weinig plek in het verpleeghuis, de crisisdienst kan niet altijd wat doen. Dat gaf mij een toenemend gevoel van onmacht. In de PI is die zorg beter geregeld. Er zijn geen wachttijden en er zijn voldoende deskundigen beschikbaar. Ik ben het gevoel van onmacht kwijt en kan heel plezierig werken.”

Alarmknop

Waar bestaat dat werk dan uit? Mus begint zijn dagen op de PI op de GHB-afdeling. Daar helpt hij mensen om op een veilige manier van hun lichamelijke afhankelijkheid van GHB af te komen. Daarna houdt hij een regulier spreekuur, gevolgd door een multidisciplinair overleg met psychologen en psychiaters. In de middag herhaalt dit ritme zich: als hij ’s morgens op de mannenafdeling begint, gaat hij ’s middags naar de vrouwenkant en andersom.

Regelmatig verwondert of verbijstert Mus zich nog. Soms ontsporen mensen volledig, worden psychotisch, verwonden zichzelf of anderen. Ze worden dan in de isoleercel geplaatst. Mus’ taak is om te zorgen dat deze mensen lichamelijk veilig door deze fase heenkomen. Het kan er heftig aan toegaan. Toch is Mus nog nooit bang geweest. “De veiligheid is heel goed geregeld. Ik heb één keer per ongeluk op de alarmknop gedrukt. Binnen tien seconden had ik toen twintig man in mijn kamer staan. Toen moest ik trakteren – dat is de regel als je onterecht op de alarmknop drukt. Maar het gaf wel een veilig gevoel.”

Het meest bijzondere aan zijn werk vindt Mus de zorg rond GHB-verslaving. Vaak gaat het hierbij om daklozen, die zwaar verwaarloosd, ziek en vies binnenkomen. Ze zijn meestal boos, angstig, in paniek, afwerend. Binnen twee weken vinden er vaak grote veranderingen plaats. Mus: “Zodra de roes van verslaving en angst wegvalt, komen er vaak heel leuke, vriendelijke, vrolijke mensen tevoorschijn.”

Overigens is de zorg bij GHB-verslaving iets waar Mus nog weinig ervaring mee had, maar waar hij door medTzorg goed in is ondersteund. Ook andere bij- en nascholing wordt door medTzorg verzorgd. Dat werkt heel prettig. Zo wil Mus graag nog een aantal jaar doorwerken. “Het werk is hartstikke leuk en zolang ik gezond blijf, vind ik het ontzettend leuk om te blijven doen.”

Naam: Jacob Mus
Leeftijd: 63
Was: onder meer 4 jaar tropenarts in Kenia, 20 jaar huisarts in eigen praktijk Amersfoort
Is: huisarts in Penitentiaire Inrichting Zwolle

medTzorg voor je instelling

Zorg op maat, betrouwbaar, betaalbare zorg & deskundig