Skip to main content

Casus – Bollenslikker in detentie

 

In de ANW-dienst word je gebeld. Een gedetineerde maakte tijdens het bezoekuur een slikkende beweging. Je vermoedt dat hij een bolletje contrabande heeft geslikt om dit de PI in te brengen. Je legt een visite af.

Vragen

  1. Wat wil je weten? Wat wil je doen?

Uit je aanvullend onderzoek blijkt dat het om een gebruikershoeveelheid van 2 gram hasj gaat, verpakt in een boterhamzakje. De betrokkene heeft een blanco voorgeschiedenis. En de controles en het lichamelijk onderzoek zijn niet afwijkend.

  1. Wat is nu je beleid?
  2. Stel dat het om 15 gram hasj gaat, verandert dat je beleid? Hoe bepaal je wat veilig is?

In dezelfde dienst ontvang je een oproep om naar de slikkersafdeling van PI Schiphol te komen. Op de luchthaven is zojuist iemand aangehouden die verwacht wordt van bollenslikken, oftewel bodypacking. De verpleging is bezorgd en wil dat je komt.

  1. Wat wil je weten van de betrokkene? Wat wil je doen?

Stel, de betrokkene heeft inderdaad geslikt. De inhoud van de bolletjes betreft cocaïne. Totaal heeft hij zo’n 990 gram, dus 99 bolletjes in zijn lijf.

  1. Welke twee belangrijke gezondheidsrisico’s loopt deze persoon?
  2. Welke risicofactoren zijn er voor een gecompliceerd of gevaarlijk beloop?
  3. Welke alarmsignalen bij lichamelijk onderzoek zijn medebepalend voor je beleid? Je zult ook het aanwezige personeel moeten instrueren om op deze alarmsignalen te letten.
  4. Wanneer stuur je bollenslikkers sowieso naar een ziekenhuis?
  5. Kan het gevangenisziekenhuis JCvSZ Scheveningen hier nog iets in betekenen?

Uitwerking

Voor onderbouwing en meer uitleg, zie de medtzorg richtlijn ‘zorgverlening bij bollen- en contrabande slikken’ en de samenvattingskaart ‘contrabanden slikken‘.

  1. Wat je moet weten:
    1. Heeft hij daadwerkelijk iets ingeslikt?
    2. Welk middel betreft het?
    3. Hoeveel van het middel betreft het?
    4. Wat is het lichaamsgewicht van de gedetineerde?
    5. Wat is zijn medische voorgeschiedenis?
    6. Maak een algeheel lichamelijk onderzoek met aandacht voor het buikonderzoek en de vitale functies.
  2. Het betreft een niet gevaarlijke hoeveelheid. Maar gok hier nooit op.
    1. Als je twijfelt, bel dan het RIVM Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum, NVIC. De contactgegevens en benodigde informatie staan in onze richtlijn.
    2. De betrokkene kan in zijn eigen PI op een camera-cel worden geplaatst met een zeef op het toilet. Geef eenmalig een laxans, lactulose of sorbitol. Geen krampopwekkers zoals bysacodyl, dan is er een verhoogd risico op ruptuur van een bolletje.
    3. Wacht tot de betrokkene drie keer schone ontlasting heeft gehad.
    4. Instrueer bewaking of verpleging over de symptomen van een hasj-intoxicatie. En geef aan wanneer je zo nodig weer gebeld wil worden.
  1. Niet gokken, bel het RIVM. Zie vraag 2.
  2. Heeft hij daadwerkelijk geslikt? Vaak is er een CT-scan gemaakt waarop bollen te zien zijn. Hoeveel bollen zijn het? Welk middel zit er precies in? Het meest voorkomend is cocaïne, maar heroïne en geld komen ook voor. De voorgeschiedenis, controle van de buik en vitale functies en aandacht voor alarmsignalen. Zie volgende vragen.
  3. Twee risico’s:
    1. Een dodelijke intoxicatie met cocaïne. De lethale dosis is circa twee gram. Een bolletje bevat acht tot tien gram. De betrokkene heeft 99 bollen geslikt. Eén geknapt bolletje is voldoende voor een dodelijke overdosis.
    2. Ileus, meestal door obstructie. Een mechanische werking van grote hoeveelheid corpus alienum. Soms is de obstructie in combinatie met paralytische ileus. Dan heeft de betrokkene diarree-remmers geslikt om niet vroegtijdig bollen uit te scheiden.
  4. Risicofactoren:
    1. Bollen braken. Dit is een mechanische stressreactie op de bollen, een teken van hoge ileus.
    2. Het opnieuw slikken van reeds uitgescheiden bollen. Dit is zowel een hygiëneprobleem als een verhoogde kans op ruptuur. De bol passeert op deze manier namelijk voor een tweede keer het maagzuur.
    3. Meer slikkers op dezelfde vlucht die ziek zijn.
    4. Slechte kwaliteit van de bollen. Het plastic laat bijvoorbeeld los of er zit vloeibare cocaïne in een condoom.
  5. Het gaat hier om de twee gezondheidsrisico’s: ileus en intoxicatie.

 

Tekenen van ileus  
  • Misselijk, braken
  • Bollen braken!
  • Progressief buikklachten
  • Geen productie ondanks aangetoonde bollen 
Tekenen van intoxicatie  
  • Verwijde pupillen > 4 mm
  • Tachycardie > 100 /min
  • Bloeddruk hoger dan bij intake
  • Temperatuur boven 38 graden
  • Gedragsverandering (agitatie, angst)
  • Epileptisch insult
  • Tandenknarsen
  • Hevige transpiratie

 

  1. Als er vocht in de bollen zit, stuur je de betrokkene direct. Ook bij een slechte bol met één van bovenstaande tekenen. Een slechte bol is zacht, vloeibaar, heeft los tape en is geen fabrieksbol. Een goede bol is hard. Bij een goede bol zijn twee symptomen genoeg om de betrokkene direct door te sturen.
  2. Op het moment van insturen wil je een operatiekamer en een Intensive Care tot je beschikking hebben. Het JCsVZ heeft geen van beide.

gescheurde, en nog intacte bolletjes aangetroffen bij laparotomieCT scan met bolletjes in de maag en het colon

Print Friendly, PDF & Email