Meegemaakt – Cola, salami, hartfalen en een niet-reanimeren beleid
Lees meer
“Je kunt denken dat dementerende ouderen niks meer snappen, maar ik vind het juist een uitdaging om met ze te communiceren. Vaak is dat zonder taal, maar niet altijd. Ik onderzocht een knie van een man, en zei tegen de zorgmedewerker die naast me stond: ‘Er zit in ieder geval geen vocht in de knie.’ Voordat de zorgmedewerker kon reageren, antwoordde de man: ‘Nee, ook geen alcohol’.”
De humoristische herinneringen komen als eerste naar boven, voordat specialist ouderengeneeskunde Stephanie Blindenbach over de zware, maar waardevolle momenten vertelt. “Soms moet ik creatief zijn, want dan krijg ik te maken met gedragsescalaties. Dementerende patiënten zijn soms achterdochtig en kunnen dan uit hun plaat gaan. Soms moet je dan medicatie onder dwang geven. Daar zijn best strenge regels voor en dat doe je liever niet, maar soms lukt het niet om op een andere manier te zorgen voor een veilige situatie. Dan zoeken wij altijd naar de minst ingrijpende en belastende manier. Zo is medicatie verstopt toedienen een stuk minder ingrijpend dan medicatie onder echte dwang geven. Zo ook bij de mevrouw die ik rustgevende medicatie wilde geven. Dat verliep moeizaam, omdat ze dacht dat ze vergiftigd zou worden. De zorgmedewerkers zagen geen oplossing meer. De vrouw in kwestie dronk zelfs geen koffie, want ‘misschien hebben ze er iets doorheen gedaan’.
In dit soort situaties helpt het vaak al dat ik een nieuw en onbekend gezicht ben. Dan is de kans kleiner dat ik ook in het complot zit. We raakten in gesprek. Al snel begon deze mevrouw te vertellen waar ze bang voor was. Ze had echt allerlei complotten in haar hoofd. Ik stelde voor om wat drinken voor haar te halen. Dat wilde ze wel. Ik kwam terug met koffie – met daarin medicatie. ‘Heb je er iets in gedaan?’ Ik twijfelde even en vroeg me af hoe ik hier nou uit ging komen, toen zei ik: ‘Sorry, ik ben helemaal vergeten of u er suiker in wilt. Dat spijt me! Ik heb er nu niks in gedaan. Wilt u dat wel?’ Ik dacht: ik maak er gewoon een hele andere context van. De vrouw stelde me gerust: ‘Ach lieverd, dat is niet erg, ik drink het zo wel op.’
In een later stadium worden de ouderen steeds kwetsbaarder en is de kans steeds groter dat ze een acute ernstige aandoening krijgen zoals een longembolie of een beroerte. “Laatst had een patiënt een longembolie. Ze was ineens heel snel, heel ziek geworden. Dat betekende in dit geval dat ze zou overlijden. Ik kende de patiënt en familie niet, maar ik moest midden in de nacht wel uitleggen dat haar levenseinde dichtbij was. Dat was moeilijk, maar tegelijkertijd is het heel waardevol om samen met de familie voor een vredig einde te zorgen. Deze vrouw was er zo slecht aan toe dat insturen geen zin meer had. Ook in het ziekenhuis zouden ze haar niet meer beter kunnen maken. Deze vrouw was dementerend, maar snapte wel dat ze heel ziek was en dat het afgelopen zou kunnen zijn. Ze gaf aan: ‘Ik wil nog niet dood.’
Naast het bed stond haar nicht. Ik nam haar mee naar de gang en we praatten even. ‘Ik heb altijd heel slecht contact gehad met mijn ouders’, vertelde ze, ‘Mijn tante had geen eigen kinderen, maar is er altijd voor mij geweest. Dus nu ben ik er voor haar. Dus ik gun het haar om op een goede manier te overlijden. Ik hoor haar nu wel zeggen dat ze nog niet dood wil, maar ik wil niet dat ze in een kil ziekenhuis komt te liggen en alsnog overlijdt.’
‘Laat me pijn lijden, als ik nog maar goede gesprekken kan voeren met mijn kinderen’
Dat zorgde bij mij voor opluchting, want een ziekenhuisopname zou alleen maar zorgen voor een stressvol levenseinde. Ik stelde voor om haar uit te leggen dat we – na overleg – dachten dat ze in het ziekenhuis niet beter werd. Emoties waren niet alleen zichtbaar bij haar naasten. De zorgmedewerker was ook aangedaan, hij stond zelfs met tranen in zijn ogen. Daar was ik verbaasd over. Ze maken toch vaker mee dat iemand overlijdt? Hij keek me aan en zei geëmotioneerd: ‘Zij was hier de allerleukste patiënt!’
Ik liep naar de patiënt toe, vertelde dat ze hier zou overlijden, en voegde daar aan toe: ‘Maar ik zie hier een paar mensen die het heel moeilijk vinden, en dat laat zien hoeveel ze van u houden. Dat er zoveel mensen zijn die zoveel om u geven, is een mooi cadeau op het einde’. Ik zag haar ontspannen, tot rust komen en misschien beseffen dat het een mooi einde kan zijn. Dan vind ik het heel mooi werk, ook al red ik iemand uiteindelijk niet.
Heel waardevol om samen met de familie voor een vredig einde te zorgen
Dit heb ik in de loop der jaren geleerd. Het klinkt in eerste instantie zweverig, maar bij een laatste levensperiode zit ook een stuk zingeving. Als ik kan benoemen dat ik zie dat iemand veel heeft betekend voor anderen, dan is dat een mooi cadeau. In het begin dokterde ik vooral, en liet ik de zingeving over aan de zorgmedewerkers. ‘Die zijn er ongetwijfeld beter in dan ik’, dacht ik, maar soms zijn ze er even niet.
Ik gun iemand toch een zo goed mogelijk afscheid. Dat begint bij medische zorg, maar als iemand weet dat diegene zal overlijden, dan is de wens soms niet alleen om pijnvrij of rustig te leven tot het einde. ‘Die pijn vind ik niet zo erg’, hoor ik dan. De medicatie heeft vaak als bijwerking dat mensen suf of verward worden. ‘Laat me pijn lijden, als ik nog maar goede gesprekken kan voeren met mijn kinderen.’
Ik kan vanuit mijn opleiding wel doorduwen wat ik heb geleerd, maar dat is niet altijd het belangrijkste voor mensen. Als je dat snapt, dan kun je veel betekenen voor iemand. Tijdens de studie geneeskunde leerde ik precies welke medicatie ik moet geven, maar ik wil het plaatsen in iemands situatie. Dan is het werk veel mooier, anders ben ik bezig met kookboekgeneeskunde: ik trek een protocol van internet en ik doe wat er staat. Daar hoef je niet zes jaar voor te studeren, dat is niet zo moeilijk. Ik denk dat iedereen bij medTzorg die empathie wél heeft, die drang om naar de mens te kijken en te zorgen. Het is mooi hoe iedereen elkaar aanvult. Ik heb bijvoorbeeld van mijn werk als specialist ouderengeneeskunde overdag veel ervaring waar ik collega’s mee kan helpen, maar andersom leer ik soms dingen van artsen die al tientallen jaren ’s nachts werken. Contact zoeken met collega’s is laagdrempelig, ik kan altijd bij iemand terecht. Dat maakt het nog fijner.”
Stephanie is lid van de Medische Raad van medTzorg. Als groot zorgbedrijf is het voor medTzorg van groot belang dat artsen adviseren en meedenken over de toekomst en strategie. Om een bedrijf “voor en door de dokters” te blijven, is er een medische adviesraad opgericht. Het doel is om de stem van de dokter duidelijk te laten klinken binnen het bedrijf.
Lees meer
Lees meer
Lees meer