Skip to main content
search

Het is april 2019. Bijeenkomst in het kader van opleiding tot Justitieel Geneeskundige. Onderwerp is Juridische Context met als docent Wilma Duijst, bijzonder hoogleraar Forensische Geneeskunde en Gezondheidsstrafrecht.

Ondanks dat ik geen dienst heb, gaat toch de telefoon: medische dienst aan de lijn.

Casus

Een jongeman, 25 jaar, opgenomen in het ziekenhuis na een geslaagde reanimatie op het sportveld van de PI, wil tegen het advies van de cardioloog in, het ziekenhuis verlaten en terug naar de PI, omdat hij de voorgestelde behandeling niet wil. Die behandeling is het plaatsen van een ICD, omdat het ventrikelfibrilleren waarvoor hij is gereanimeerd het gevolg is van een familiaire hypertrofische cardiomyopathie die zijn vader op 36 jarige leeftijd het leven heeft gekost.
Hij komt terug naar de PI: kan dit zomaar en wat nu?

Vragen

Samen buigen we ons over deze casus die zich perfect getimed voordoet. Allerlei vragen borrelen op:
Kan dit zo maar?
Aan wie is de beslissing?
Hoe hier mee om te gaan in de PI?
En wie is verantwoordelijk als het misgaat? Dit is hoe het verder ging…

Onze jongeman, meneer X, is beoordeeld door de psychiater van het ziekenhuis vanwege zijn wens om tegen het advies in te vertrekken. Ter zake van het wel of niet plaatsen van de ICD wordt hij wilsbekwaam geacht en mag hij de ICD als behandeling dus weigeren. Met de bètablokker die hij wel wil, wordt hij ontslagen.
Als hij terugkomt in de PI is er veel onrust: een dreigend potentieel overlijden maakt iedereen erg nerveus.

Van afwegingen naar behandeling

  • Degenen die hem hebben gereanimeerd:
    zij zijn geschokt dat hij zijn leven opnieuw op het spel zet. Zij verwijten aanvankelijk ziekenhuis en medische dienst dat hij niet “gewoon” wordt behandeld.
  • De directie maakt zich zorgen:
    hij wordt op wachtrapport gezet en aanvankelijk ’s nachts een aantal keren gewekt ter controle in de hoop een calamiteit op tijd op te sporen en te verhelpen.
  • Zijn celmaat:
    hij belooft de hele nacht voor meneer X te bidden en op hem te passen. Meneer X vindt dit een heel geruststellend idee, eigenlijk beter dan een ICD.
  • Patiënt zelf:
    daags na terugkeer in de PI slaat de twijfel toe en wil hij toch terug naar het ziekenhuis. Hij wil door een andere, mannelijke cardioloog worden behandeld. Zijn behandelaar, jong en vrouw, wekt onvoldoende vertrouwen. Als huisarts woon ik het gesprek van meneer X met cardioloog en verpleegkundige bij. In mijn ogen krijgt hij complete en zorgvuldige uitleg, o.a. dat het behandeladvies conform Europese richtlijnen wordt gegeven en dat zijn detentie daar geen invloed op heeft. Op dat moment besluit meneer X in Amerika behandeld te willen worden. Daarnaast heeft hij veel vertrouwen in het blauwe steentje dat hij bij zich draagt en waaraan hij bijzondere krachten toeschrijft. Bovendien waakt zijn celmaat over hem.
  • Het ziekenhuis:
    als hij niet behandeld wil worden, ziet de cardioloog geen reden hem opgenomen te houden op de hartbewaking. Niet-gedetineerden worden dan naar huis ontslagen, gedetineerden dus naar de PI. Een telefoontje met het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg in Scheveningen leert dat daar geen mogelijkheid voor hartbewaking bestaat: hij is daar dus niet veiliger dan in de PI.
  • Het PMO:
    de psycholoog biedt ondersteuning voor het life-event dat deze jongeman doormaakte. We maken ons zorgen over de verantwoordelijkheid die zijn celgenoot op zich neemt: wat als het misgaat? We hebben twijfels bij het beleid van de PI over het wachtrapport: dit gaat alleen tot meer stress leiden en voorkomt niets. Bovendien is de kans op herhaling van de ritmestoornis groter bij spanning en inspanning dan in rust. Psycholoog en huisarts gaan in gesprek met de directie en geven het advies om meneer op een eenpersoonscel te plaatsen en het wachtrapport op te heffen. Dit advies wordt opgevolgd: “we gaan normaliseren”.
  • De advocaat:
    krijgt van meneer X de vraag om schorsing voor behandeling in de Verenigde Staten te regelen. Met een dreigende TBS is die kans erg klein, tot nu toe lijkt dit niets op te leveren.
  • De huisarts:
    veel gesprekken over wel/niet behandelen. “We agree to disagree”, zo kunnen we wel in gesprek blijven, zonder het eens te worden. Later komt er nog een vraag voor een second opinion, de procedure daarvoor krijgt hij mee om aan zijn advocaat te geven. Het is mij op dit moment onduidelijk wat de stand van zaken hiervan is. Om de paar maanden gaat meneer X naar het ziekenhuis voor controle, eenmaal met spoed tussendoor vanwege een korte tachycardie. Hierna is de dosering van de betablokker verhoogd. Zijn standpunt ten aanzien van een ICD is tot dusverre ongewijzigd.

Berusting

We zijn nu 9 maanden verder en meneer X lijkt steeds meer te geloven dat het allemaal wel meevalt.

Ik, als dokter, heb niets van mijn ongerustheid verloren: de hypertrofische cardiomyopathie is een progressief ziektebeeld en de kans op herhaling van het ventrikelfibrilleren blijft aanwezig. Wel ben ik er beter in geworden zijn standpunt te accepteren, ik oefen geen druk uit en laat merken dat hij met vragen bij mij terecht kan.

Het helpt wel dat we tijdens de opleidingsdag alle ins en outs van deze casus hebben kunnen doornemen: hoe graag ik deze man ook zou willen laten behandelen, hij heeft het recht de voorgestelde behandeling te weigeren en dat respecteer ik.
Wat ik wel af en toe bij hem aankaart, is de zorg voor zijn 2 kinderen die hij bij 2 vrouwen in 2 landen heeft. Ik hoop dat hij de moeders van de juiste informatie over zijn erfelijke ziekte voorziet, zodat hun kinderen de juiste zorg ontvangen en op tijd starten met cardiologisch onderzoek en controle.

Deze hartenkwestie heeft een tijd lang veel impact gehad in onze PI, maar door alles goed te doordenken en met de juiste mensen te bespreken is er rust gekomen en kunnen we ermee leven.

 

Nieske Dreteler – medTzorg huisarts

Jubileumbundel “Meegemaakt”

Lees meer verhalen in onze jubileumbundel “Meegemaakt”

Print Friendly, PDF & Email
Close Menu