Richtlijn Minderjarigen in gesloten setting

Dit is de richtlijn Minderjarigen in gesloten setting (politie en justitie) ontwikkeld voor de huisartsen werkzaam bij medTzorg.

Samenvatting

Toelichting

Literatuur & bronvermelding

  1.  Onderwerp en scope
    a. Definitie minderjarigen en leeftijdsgrenzen
  2. Standpunten medTzorg
  3. Visie op de zorg: éérst kind, dan pas verdachte
    a. Verblijf in politiecel
  4. Rol en taken van huisartsen werkzaam voor medTzorg
    a. Verhoor, verzekering, bewaring en gevangenneming
    b. Beroepsgeheim politie en justitie
    c. Alternatieven insluiting
    d. Advies aan OvJ en alternatieven voor insluiting
    e. KNMG meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld
    f. SPUTAVAMO
  5.  ANWdienst in politiebureaus en politiecellencomplex
  6. Zorg voor minderjarigen in een detentiecentrum
  7. Minderjarigen en isolatie
  8. Ketenpartners
    a. SAVE
    b. NIDOS
    c. LECK
    d. JGZ
  9. Registratie
    a. Herkennen van kindermishandeling

1. a. Definitie minderjarigen en leeftijdsgrenzen

  • Minderjarigen zijn personen onder de 18 jaar. In een jeugdinstelling kunnen ook personen ouder dan 18 jaar op grond van hun gedrag, emotionele ontwikkeling en mate van zelfstandigheid verblijven.
  • Zelfbeschikkingsrecht over de behandeling (binnen de WGBO) is afhankelijk van de leeftijd:
    • kinderen tot 12 jaar: toestemming ouders/voogd vereist. Toestemming van het kind is niet nodig, kind heeft wel recht op informatie. De arts stemt de voorlichting af op het bevattingsvermogen van het kind.
    • kinderen tussen 12-16 jaar: toestemming van zowel ouders/voogd als van het kind zelf. In 2 uitzonderingsgevallen is toestemming van alleen het kind voldoende:
      • wanneer het niet behandelen ernstig nadeel oplevert (bv. geslachtsziekte, vaccinatie), hoeven de ouders niet te worden ingelicht.
      • wanneer de behandeling de weloverwogen wens is van het kind (bv. abortus, vaccinatie) kan goed hulpverlenerschap met zich mee brengen dat ouders/voogd niet worden ingelicht.
    • kinderen vanaf 16 jaar: beslissen zelfstandig en hebben een zelfstandig recht op informatie.

3. a. Verblijf in politiecel [LINK 9]

Per 2017 is het aantal kinderen dat in een politiecel terecht kwam nadat zij in verzekering waren gesteld door politie gedaald t.o.v. eerdere jaren (ruim 7000 in 2016 naar ruim 4500 in 2018). Het gemiddeld aantal dagen in voorlopige hechtenis staat in 2017 op 38 (stijging van 6% tov jaar daarvoor). Het totaal aantal door politie gehoorde minderjarige verdachten is 28.000 in 2017. Vanaf 1 maart 2017 hebben minderjarigen recht op een advocaat en een vertrouwenspersoon voor en tijdens het politieverhoor. Aandachtspunt is nog wel dat bij politie weinig kennis en aandacht is voor omgang met minderjarige verdachten met een beperking, waaronder hechtingsproblematiek, autisme of ADHD. Een minderjarige verdachte verblijft tijdens het ophouden voor onderzoek en de inverzekeringstelling doorgaan in een ophoudkamer of reguliere kale politiecel, in een cellencomplex tussen volwassen arrestanten. Er worden nieuwe vormen en alternatieven van vrijheidsbeneming ontwikkeld, zodat minderjarigen zo weinig mogelijk worden opgesloten en dit geen bedreiging vormt voor hun ontwikkeling.

Figuur 1 Aantal kinderen per jaar in politiecel 

Bron: DFC-18 Jaarbericht

4. b. Beroepsgeheim en politie/justitie [LINK 7]

In het contact met politie of justitie bewaart de arts het beroepsgeheim en beroept zich op zijn verschoningsrecht.

  • Waarheidsvinding is geen grond voor doorbreking van het beroepsgeheim. Het beroepsgeheim kan wel doorbroken worden wanneer er sprake is van een conflict van plichten en voor zover dat noodzakelijk is om gevaar voor de veiligheid van personen af te wenden.
  • Komt een arts tijdens onderzoek of behandeling van een patiënt te weten dat hij strafbare feiten heeft begaan, dan valt dit onder het beroepsgeheim. De arts doet hiervan geen aangifte. Dit is slechts anders als het belang dat gediend is met het doen van aangifte (bijvoorbeeld het wegnemen van gevaar voor anderen) groter is dan het belang van de geheimhouding.
  • Wanneer artsen behandelaar zijn (zoals bij arrestantenzorg en gevangenisartsen) geldt het beroepsgeheim in volle omvang. Als het nodig is voor de zorg of hulpverlening aan patiënt (denk aan een ingeslotene met diabetes, epilepsie, iemand die acuut moet worden ingestuurd etc.) verstrekt hij daarbij alleen relevante medische informatie en doet dat zo beperkt mogelijk. Dit heet “handelingsinformatie”: de arts deelt alleen dát wat nodig is voor politie/justitie/bewakers om te kunnen handelen.

Meer informatie is te vinden in de KNMG Handreiking Beroepsgeheim en politie/justitie

4. d. Advies aan OvJ en alternatieven voor insluiting

De (ANW)arts van medTzorg kan door politie gevraagd worden om een minderjarige arrestant te beoordelen. De arts geeft dan een medisch inhoudelijk advies over de insluitwaardigheid van de arrestant en houdt hierbij rekening met het feit dat de arrestant minderjarig is. Het advies is gericht aan de politie, en de uiteindelijke eindverantwoordelijkheid voor het wel of niet insluiten ligt bij de OvJ. De OvJ heeft vanuit zijn/haar functie geen medisch inhoudelijke kennis. De arts houdt dit in het achterhoofd bij zijn/haar uitleg en overleg.

Nederland voldoet nog niet aan het VN-Kinderrechtenverdrag als het gaat om minderjarige verdachten. Zo moeten jongeren soms wel een jaar wachten op de interventie of alternatieve straf die de rechter oplegt, wordt er standaard DNA-materiaal afgenomen zonder rekening te houden met leeftijd of aard van het vergrijp en worden nog steeds minderjarigen berecht via het volwassenstrafrecht. Momenteel wordt de ‘Europese kinderrichtlijn (EU 2016/800) geïmplementeerd en heeft jeugd aandacht in het moderniseringstraject van het Wetboek van Strafvordering.

Enkele relevante voorbeelden uit kinderrechtenbeginselen zijn:

  • vrijheidsbeneming wordt slechts als uiterste maatregel en voor de kortst mogelijke passende duur gehanteerd (artikel 37 sub B IVRK)
  • ieder kind dat van zijn of haar vrijheid wordt beroofd, wordt behandeld met menselijkheid en respect waarbij rekening wordt gehouden met zijn of haar leeftijd (artikel 37 sub c IVRK).
  • minderjarigen hebben recht op een volledige eerbiediging van hun privéleven gedurende alle stadia van het strafproces (artikel 16 en artikel 40 lid 2, sub b IVRK).

Bij iedere casus ‘minderjarige in politiecel’ is advies op maat vereist. Kinderen die bijvoorbeeld voor eigen bescherming vanwege psychische problemen worden opgepakt, horen niet in een politiecel. In het Jaarbericht Kinderrechten wordt als advies (aan politie/justitie) gegeven: “Probeer zoveel mogelijk oplossingen búiten het politiebureau te zoeken door goede samenwerking met jeugdinstellingen; als er sprake is van nachtelijk verblijf dat is dit zoveel mogelijk buiten het politiebureau.”

De Raad voor Strafrechttoepassing en jeugdbescherming schrijft op haar site (www.rsj.nl): De wet laat toe dat minderjarigen tijdens de inverzekeringstelling op een zogeheten alternatieve locatie verblijven. Alternatieven zouden kunnen zijn:

  • Heenzenden ‘onder verantwoordelijkheid van de ouders’; zij kunnen bijvoorbeeld het kind thuis laten slapen en de volgende dag terugbrengen voor verhoor.
  • Elektronische detentie (de enkelband)
  • Laten overnachten in een netwerk-pleeggezin (familie of vrienden uit sociale netwerk ouders).
  • Laten overnachten in een jeugdzorg-instelling.

Dit wordt echter in de praktijk nog weinig toegepast.

Bij de keuze voor verblijf in een politiecel of op een alternatieve locatie is het belang van het kind leidend. Daarnaast worden het onderzoeksbelang, de belangen van de maatschappij en slachtoffers en nabestaanden betrokken. Voor minderjarigen die toch in een politiecel moeten verblijven, kan het verblijf met een goede bejegening van minderjarigen en een aantal aanpassingen van de politiecel ‘kindvriendelijk’ worden gemaakt. De politie heeft regels opgesteld voor de omgang met minderjarigen.

Deze regels zijn terug te vinden in het rapport van de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming10. Zo wordt een speciale arrestantenverzorger ingezet, die tijdens zijn dienst extra aandacht heeft voor minderjarige arrestanten.

4. e. KNMG meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld [LINK 4]

De KNMG wil met de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld houvast bieden bij signalen van kindermishandeling en huiselijk geweld. Daarnaast biedt de KNMG met zorgvuldigheidseisen de huisarts ook bescherming bij eventuele klachten over het optreden van de zorgprofessional. Volgens de KNMG-meldcode dient elke instelling die met jeugdigen werkt een eigen lokaal uitgewerkt protocol kindermishandeling te hebben, gebaseerd op de KNMG-meldcode.

Huisartsen werkzaam voor medTzorg bij een instelling voor minderjarigen wordt geadviseerd kennis te nemen van de afspraken in het lokale protocol. Kinderen in instellingen kunnen door hun sociale achtergrond en eventuele beperkingen, bij uitstek kwetsbaar zijn voor mishandeling en huiselijk geweld. Niet alleen ouders, maar ook hulpverleners binnen de instelling kunnen zich schuldig maken aan kindermishandeling.

Het advies aan huisartsen werkzaam voor medTzorg is ook om een open blik te houden ten aanzien van mogelijke veroorzakers van letsel en leed. Medewerkers in jeugdzorginstellingen en onderwijsinstellingen zijn verplicht om vermoedens van mishandeling of seksueel misbruik door collega’s te melden bij hun directie.

Sinds 1 januari 2019 geldt de geactualiseerde versie van de KNMG-meldcode (degene uit 2015 komt daarmee te vervallen). In de KNMG meldcode staat een stappenplan (zie figuur 2) beschreven. De volgorde van het stappenplan is niet dwingend en bevat geen termijnen. Waar het om gaat is dat de arts alle stappen heeft doorlopen of overwogen vóórdat hij besluit om een melding te doen.

De kindcheck is een wettelijk verplicht onderdeel van stap 1. Hierbij gaat de arts na of er kinderen zijn die van de betreffende patiënt (waar de melding over gaat) afhankelijk zijn en of er een risico bestaat voor de veiligheid en ontwikkeling van deze kinderen (hetzelfde geldt in principe voor de mantelzorgverleningscheck, alleen gaat het dan om volwassen personen afhankelijk van de betreffende patiënt zijn).

De werkwijze van Veilig Thuis staat beschreven in de bijlage bij de meldcode. Acute situaties dienen gemeld te worden bij Veilig Thuis. Het is in principe de taak van Veilig Thuis (VT) om de politie in te schakelen als de veiligheid daarom vraagt. Maar soms is de situatie zó acuut dat de arts naast de melding zelf (bij VT) direct de politie wil inschakelen.

In stap 4 staat beschreven wanneer en waarom (ook) een signaal aan de Verwijs Index Risicojongeren (VIR) kan worden afgegeven.

Na het stappenplan volgen nog een aantal bijlagen (artikel 5 t/m 9) van de meldcode. In bijlage 5 van de meldcode is aandacht voor verschillende typen mishandeling en huiselijk geweld. Er wordt verwezen naar factsheets11 met nuttige informatie over verschillende typen geweld, specifieke signalen en risicofactoren die bij elk type horen, en aandachtspunten voor de aanpak van dit geweld.

Daarnaast is relevant voor huisartsen werkzaam voor medTzorg dat artikel 9 ‘informatie aan andere betrokken professionals’ uit de vorige versie van de meldcode is geschrapt. Het schrappen van dit artikel betekent niet dat het niet meer mogelijk is om informatie te delen met andere betrokken professionals, maar dat daar nu toestemming voor nodig is. Dit staat beschreven in de KNMG-meldcode op pagina 40-41.

Wanneer informatie kan worden verstrekt aan de politie staat ook beschreven in de KNMG Handreiking ‘Beroepsgeheim en politie/justitie’ (deze wordt kort beschreven in paragraaf 2.4 ‘Beroepsgeheim en politie/justitie’) [LINK7.]

Figuur 2. KNMG-stappenplan kindermishandeling en huiselijk geweld, overgenomen uit KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld.

Bron: Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ter bevordering der Geneeskunst, editie 2018.

Naast het stappenplan is er ook een helder stroomdiagram van de KNMG-meldcode beschikbaar:
Figuur 3: KNMG-stroomdiagram Kindermishandeling en huiselijk geweld

4. f. SPUTAVAMO

8. a. SAVE

Dit instituut biedt hulp bij zorgen over de veiligheid van een kind of wanneer een kind in aanraking is gekomen met politie of justitie. Daarnaast is er Veilig Thuis: het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld, kindermishandeling en ouderenmishandeling. De huisarts kan het kind melden bij VT, VT zal aanmelding voor SAVE-begeleiding verzorgen.

8. b. NIDOS

Dit instituut is specifiek bedoeld voor minderjarige vreemdelingen. Ze hebben een ­voogdij-taak (gezag over een alleenstaande minderjarige asielzoeker, belangenbehartiging, realiseren perspectief bij eventuele terugkeer naar land van herkomst) en een gezinsvoogdij-taak (minderjarige vreemdeling wordt door de rechter onder toezicht jeugdzorg geplaatst).

8. c. LECK

Het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling is bereikbaar voor advies en duiding van medische bevindingen bij (een vermoeden van) kindermishandeling. De adviesvrager overlegt de casus met de dienstdoende LECK-kinderarts zonder persoonsgegevens van het kind bekend te maken. Vervolgens worden de casus en eventuele foto’s besproken met een forensisch arts en zo nodig worden ook andere medische specialisten geraadpleegd. De adviesvrager ontvangt uiterlijk binnen 24 uur antwoord op de gestelde vraag.

8. d. JGZ

De JGZ voert vooral activiteiten uit op het terrein van ziektepreventie (bijvoorbeeld vaccinaties), gezondheidsbevordering (bijvoorbeeld voorlichting) en vroegtijdige signalering (bijvoorbeeld van psychosociale problemen). Het Nederlands Centrum Jeugdgezondheidszorg (NCJ) is het kenniscentrum voor de JGZ sector, op hun site zijn de JGZ richtlijnen in te zien12.

9. a. Herkennen van kindermishandeling

Er bestaan verschillende typen (vormen van) mishandeling en geweld, en specifieke doelgroepen. Op de site www.huiselijkgeweld.nl/vormen staan de vormen van huiselijk geweld beschreven en kan worden doorgeklikt naar factsheets en websites voor professionals. In tabel 3 staan de risicofactoren voor kindermishandeling.

Tabel 3. Risicofactoren voor kindermishandeling

Kindfactoren Ouder/gezinsfactoren
Pre-dysmatuur geboren Ouders zelf slachtoffer van kindermishandeling
Gehandicapt kind Geweld ouders onderling
Huilbaby Huiselijk geweld
Adoptie/pleegkind verwaarlozing
Kind geboren uit ongewenste zwangerschap Psychiatrische problematiek
Kind geboren uit incest of verkrachting Verslavingsproblematiek
Kind met gedragsstoornis Ouders met pedagogische onmacht
Alleenstaande ouders
Lage sociaal economische status
Sociale isolatie
Ouders met extreme principes of irreële verwachtingen

Bron: Nederlands Jeugd Instituut (NJI)8

Versie 26-11-2020

Initiatief: Afdeling deskundigheidsbevordering (DKB) medTzorg

Colofon:
Richtlijn Minderjarigen in gesloten setting
©2020 medTzorg
p/a Herculesplein 357
3584 AA Utrecht
Tel: 030-5112500
e-mail: richtlijnen@medtzorg.nl
website: www.medtzorg.nl