Vraag 17: Welke bewering over het fractuurrisico na een gastric bypassoperatie is juist?
Lees meer
Je wordt gebeld over een relatief jonge verpleeghuisbewoner. Hij is 56 jaar en lijdt aan atriumfibrilleren, COPD GOLD 4 en een ossaal gemetastaseerd longcarcinoom. Door toenemende spierzwakte is hij bij het douchen achterover gevallen en op zijn hoofd terechtgekomen. Zijn medicatielijst vermeldt o.a. een NOAC. Hij heeft een wél-reanimeren- en een wél-instuurbeleid.
Bij oriënterend neurologisch onderzoek zie je een ernstig verzwakte, maar goed aanspreekbare man zonder uitvalsverschijnselen. Wat wordt je beleid?
Welke optie is het meest passend?
1. Je stuurt hem niet in; daarmee is niets meer te winnen voor hem
2. Natuurlijk stuur je hem in: DOAC + hoofdtrauma = scannen, zegt de NHG-standaard
3. Je laat hem thuis met bewustzijnscontroles door de verpleging (insturen kan altijd nog)
4. Je overlegt met patiënt en familie over het aanpassen van het instuurbeleid
Het juiste antwoord is 4. We worden geconfronteerd met een herkenbaar dilemma: de ernst van de ziekte staat niet meer in verhouding tot het actieve, volledige instuurbeleid. Waar dat misschien duidelijk is voor ons als arts, kunnen er bij patiënt en familie heel andere verwachtingen bestaan.
Het is daarom beter om niet automatisch de richtlijn (insturen) of je eigen gevoel (niet insturen) te volgen, maar in gesprek te gaan en informed consent te verkrijgen van patiënt en familie. Vaak zullen zij te overtuigen zijn.
Onthoud: als je afwijkt van een standaard, of twijfelt over de medische zin van je handelen, leg je overwegingen dan goed vast in het dossier. Waarom heb je gedaan wat je hebt gedaan? Heb je eventueel een tweede collega geraadpleegd (coördinerend huisarts, specialist-achterwacht)? Vermeld dit dan ook. Op die manier sta je altijd sterker als er achteraf vragen komen over de casus.
Volg onze Masterclass “Beslissingen rond het levenseinde” over morele en ethische dilemma’s.
Lees meer
Lees meer
Lees meer