Meegemaakt – Hockeydokter
Lees meer
Albert Jansen werkt nog maar kort als medTzorg-arts in de PI. Hij pleit voor meer focus op het grotere geheel bij een patiënt. “Ik heb het idee dat we wel eens vergeten om te kijken naar wat er op de achtergrond speelt bij een patiënt.” Die voelsprieten kon Albert goed inzetten toen hij een vrouw, verkrampt en gebogen, zag liggen in de isoleercel.
“Ze was iets jonger dan ik, eind dertig. Ze had veel klachten rond haar borstkas en ze was ’s ochtends al gezien door een collega. Daarna leek het beter te gaan. Toch ging het ’s middags de verkeerde kant op en zag ik haar liggen op een matras op de grond. Ze had veel pijn aan de linkerkant van haar borstkas. Ik dacht meteen: Ze is wel erg jong voor een hartaanval. Ik voerde alsnog alle onderzoeken uit en die zagen er goed uit. Ik vertelde haar dat ik geen opvallende dingen zag.
Daar wilde ik het niet bij laten, dus vroeg ik: ‘Hoe kom je hier in de isoleercel, wat is er precies gebeurd?’ In tegenstelling tot eerder op de dag, begon ze te praten. Toen bewakers keken of de gedetineerden geen verboden voorwerpen bij zich hadden, kreeg ze het aan de stok met een medegedetineerde. Ik weet niet of het tot een handgemeen is gekomen, maar het was genoeg om haar in de isoleercel te plaatsen. Daar ontwikkelde ze die pijn.
Ik vroeg ook naar haar leven buiten de muren. ‘Waar kom je vandaan, hoe is dit gebeurd?’ Ze vertelde over haar thuis, over haar kinderen. Kinderen die nog op een leeftijd zijn waarop ze hun moeder hard nodig hebben. Terwijl ze dat deelde, veranderde haar toon. De ontspanning kwam terug en alle stress veranderde in verdriet. En verdrietige mensen hebben geen hartaanvallen. Ik weet niet of het een vuistregel is, maar dat zeg ik nu. Ze barstte uit in tranen. Het maakte heel veel indruk. Ik ben zelf ouder. Het was een oprechte huilbui vanuit moederliefde, vanuit het diepste van haar hart. Onder die borstkasklachten zat dus stress, verdriet en spanning. Ook een gedetineerde is niet geboren met het idee: ‘Ik ga iets doen waardoor ik in de gevangenis beland.’ In haar ogen zag ik het besef dat een paar verkeerde afslagen haar hier hadden gebracht.
Dat heb ik geleerd. Deze mensen hebben soms grotere problemen dan hun gezondheid. Ze kunnen hun kinderen niet zien, of ze weten niet hoe lang ze nog vastzitten. Na haar huilbui was ze weer aanspreekbaar voor het gevangenispersoneel. Samen zetten we de volgende stap: hoe gaan we hier nu mee om en wat helpt haar in dit verdriet? Ik was blij om dat te kunnen doen.
Hier komt voor mij alles samen in het dokter-zijn. Eerst het medische aspect en daarna het psychosociale stuk. Als ik ze allebei mag behandelen, ben ik een tevreden dokter. Onlangs zei een patiënt tegen me: ‘Je loopt niet altijd de dokter uit te hangen.’ Dat vond ik een mooi compliment.
Lees meer
Lees meer
Lees meer