medTzorg
Casus – Lijkschouw

  • 28 / 07 / 2026
  • Casussen

Situatie

Het is goed om te weten dat het feit dat er af en toe discussie is over afspraken, komt doordat de nieuwe Wet op de Lijkbezorging nog op goedkeuring van de Eerste Kamer wacht. De huidige wet biedt weinig handvatten over uitstel, koeling en verzorging. Vaak weten we simpelweg niet wat wel en niet mag; je kunt dat nergens opzoeken. De nieuwe wet zal daar hopelijk meer duidelijkheid in brengen en daagt de beroepsorganisaties ook uit om op basis van die nieuwe wet veldnormen te gaan ontwikkelen. Expertisecentrum medTzorg heeft zich met de huidige richtlijn zoveel mogelijk aangesloten bij de praktijksituatie en de concepttekst van de nog aan te nemen wet. Dat betekent dat er onvermijdelijk interpretaties en beleidskeuzes gemaakt worden, die we pas echt op waarde kunnen schatten als de nieuwe wet van kracht wordt. Tot die tijd is het: ‘naar ons beste weten’.

Stel, je wordt om 01.00 uur ’s nachts gebeld over mevrouw A, een verpleeghuisbewoonster. Zij is zojuist overleden na een aantal dagen van achteruitgang waarbij zij niet meer at en dronk, en de dagdienstarts al palliatieve sedatie had opgestart.

Vragen

1. Wie schouwt er en wannéér?

Mevrouw A is overleden tijdens de hittegolf van juni 2026. De dagtemperaturen lopen op tot 37 graden en de nachttemperatuur komt nergens onder de 20 graden. Je ligt zelf ook te draaien in je bed voor een ventilator!

2. Verandert dit je antwoord? Wie schouwt er en wannéér?

Zoals blijkt uit de casus, betreft dit een verwacht overlijden. De verzorging vraagt of ze in afwachting van de schouw morgenochtend alvast de mond mogen sluiten met een handdoekrolletje en slijm rond de lippen mogen wegvegen.

3. Wat is je antwoord?

4. Hoe zie je deze vraag in de context van je onafhankelijkheid en beslissingsvrijheid als arts?

Mevrouw B overlijdt ook om 01.00 uur ’s nachts in hetzelfde verpleeghuis. Er is opnieuw sprake van een verwacht overlijden tijdens palliatieve sedatie. Inmiddels is het aangenaam herfstweer zonder hitteprotocollen. Je antwoord op de vraag of je ’s nachts komt schouwen is: “nee”.

5. De verpleging legt uit dat mevrouw moslim is en zo snel mogelijk begraven moet worden. Verandert dit je antwoord?

6. Hoe zie je deze vraag in de context van je onafhankelijkheid en beslissingsvrijheid als arts?

De familie van mevrouw C belt de volgende ochtend met de huisartspraktijk. Zij is in de nacht thuis overleden en al geschouwd door de HAP-arts. Omdat er familie over moet komen uit Australië, wil de familie uitstel van de begrafenis aanvragen. Ze willen dat jij hier een verklaring voor opmaakt.

7. Wat doe je?

Uitwerking casus

1.

Doordeweeks schouwt de behandelend arts om 8.00 uur ’s ochtends bij een verwacht overlijden. In het weekend schouwt de dienstdoende ANW-arts om 8.00 uur de volgende ochtend. De ANW-arts schouwt niet tussen 23.00 en 8.00 uur bij een verwacht overlijden. Kijk ook vooral naar onze meest-recente richtlijn.

2.

Bijzondere weersomstandigheden zijn een reden om een uitzondering te maken. Ontbinding van een lichaam verloopt sneller in warme omstandigheden. Dit is één van de uitzonderingen waarbij we wél schouwen in de nacht.

De uitzonderingen zijn:

  • Onverwacht overlijden.
  • Verdenking op een onnatuurlijk overlijden (geweld, ongeval, letsel, omstandigheden).
  • Weersomstandigheden (hittegolf etc.) die een snelle schouw wenselijk maken.
  • Overlijden van een minderjarige: je gaat als arts 24/7 ter plaatse en overlegt ter plaatse met de forensisch arts.

3.

Lastig hè! Heel formeel mag het niet volgens de huidige wet, maar daardoor ontstaan onwerkbare situaties…

4.

Als arts ben je onafhankelijk en vrij in je beslissingen…

5.

We maken geen uitzonderingen op religieuze gronden.

6.

Zie vraag 4.

7.

Collega Hamid heeft dit samen met een jurist uitgezocht. Ook hier volgen we de redenering dat we de geest van de aankomende wet volgen en niet de letter van de huidige wet. Zijn uitleg is als volgt:
Er bestaan in de praktijk veel vragen over de rol van de arts bij het verlenen van uitstel van de uitvaart (begraving of crematie). Hieronder zet ik kort en juridisch onderbouwd uiteen hoe de situatie was, hoe deze nu is en hoe deze naar verwachting zal veranderen, en waarom een arts hiervoor in principe niet (meer) geconsulteerd hoeft te worden.

1. Hoe was het? (huidige Wet op de lijkbezorging – Wlb)

In de huidige Wet op de lijkbezorging (Wlb) is uitstel van de uitvaart geregeld in artikel 17, lid 1 Wlb. Daarin staat:

“Na een arts te hebben gehoord kan de burgemeester […] een andere termijn stellen voor de begraving of crematie.”

Belangrijk hierbij is:

  • De bevoegdheid ligt bij de burgemeester, niet bij de arts.
  • De arts heeft geen beslissende rol, maar wordt formeel “gehoord”.
  • De wet zegt niet dat de arts een medische verklaring moet afgeven, noch dat het een lijkschouwer moet zijn.

Deze bepaling stamt uit een tijd waarin conservering beperkt was en medische beoordeling van bederf of infectierisico relevant werd geacht. In de huidige praktijk (moderne koeling, professionele mortuaria) is die medische noodzaak vrijwel verdwenen.

2. Hoe is het nu? (praktijk en interpretatie)

Hoewel artikel 17 Wlb formeel nog geldt, zien we in de praktijk het volgende:

  • Uitstel van de uitvaart is een bestuurlijke beslissing van de burgemeester (uitgevoerd via Burgerzaken).
  • De reden voor uitstel is vrijwel altijd organisatorisch of ceremonieel (familie uit het buitenland, religieuze redenen, logistiek), niet medisch.
  • De arts kent de feitelijke omstandigheden van bewaring meestal niet en heeft daar ook geen toezicht op.
  • Er bestaat geen wettelijke plicht voor de arts om een verklaring af te geven, noch een recht voor de gemeente om dit standaard te eisen.

Kortom: het “horen van een arts” is in de huidige praktijk al inhoudsloos geworden.

3. Wat verandert er onder de nieuwe wet?

In oktober 2024 is het ontwerp van de Wet bestemming lichamen van overledenen (Wblo) gepubliceerd, die de Wlb volledig zal vervangen.

Cruciale wijziging

In artikel 28 Wblo (concept) is de verplichting om een arts te horen vervangen door een facultatieve bevoegdheid:

  • De burgemeester kan een arts horen,
  • maar is daartoe niet meer verplicht.

Dit is een bewuste beleidskeuze van de wetgever, passend bij:

  • moderne conserveringstechnieken;
  • de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de gemeente;
  • het uitgangspunt van minimale medische betrokkenheid waar dat niet strikt nodig is.

De verwachting (ook van juristen gespecialiseerd in het lijkbezorgingsrecht) is dat burgemeesters zeer zelden tot nooit nog aanleiding zullen zien om een arts te raadplegen.

4. Conclusie voor de huisartspraktijk

Samenvattend:

  • Een uitstelverklaring voor een uitvaart is géén medische handeling.
  • De bevoegdheid ligt volledig bij de burgemeester/gemeente.
  • De rol van de arts was al beperkt en wordt in de nieuwe wetgeving expliciet facultatief.
  • Er is geen juridische grond om van huisartsen te verlangen dat zij hiervoor verklaringen afgeven of beoordelingen doen.

Als huisarts hoef je hiervoor dus niet beschikbaar te zijn en kun je nabestaanden of uitvaartondernemers rechtstreeks verwijzen naar de gemeente (Burgerzaken).
Deze casus is geschreven door huisarts Tim Peeters.

Bijbehorende richtlijn

Leren bij medTzorg

Wij geven ook scholingen, masterclasses en e-learnings via ons online leerplatform, gericht op verschillende onderwerpen. Benieuwd naar welke invulling wij hieraan geven?
Lees meer in ons expertisecentrum